Rekenen op (stil) spel

Dinsdagmiddag na schooltijd, een kleuterlokaal op een basisschool in Amsterdam waarin zeven
professionals en vier docent-onderzoekers bij elkaar zijn om te onderzoeken hoe het vrije spel van kinderen kansen biedt voor de ontwikkeling van rekenen-wiskunde en taal.

Paula, een van de pedagogisch medewerkers van de voorschool, heeft tijdens de vorige bijeenkomst verteld over Nour. Nour is nu bijna twee jaar op de voorschool, maar spreekt niet. Niet in zijn moedertaal, en niet in het Nederlands. Paula heeft verteld dat ze altijd heel veel praat, zodat hij goed Nederlands taalaanbod krijgt. Het helpt echter niet om hem aan het praten te krijgen en ze merkt ook dat ze op deze manier de regie van het spel overneemt, wat ze niet wil. Hoe kan ze dan wel ruimte bieden aan de initiatieven van Nour?
Bij wijze van experiment heeft ze zichzelf gedwongen om eens zo min mogelijk te zeggen terwijl ze met hem mee speelt. Haar collega heeft dat gefilmd. Op de opname zien we dat Nour uit zichzelf stukjes Duplo pakt en die op elkaar begint te zetten. Paula volgt hem en zet twee ‘raamdelen’ bovenop elkaar. Nu pakt Nour een raamdeel uit de bak. Hij laat zijn eigen bouwsel even voor wat het is, en trekt de raamdelen van Paula een stukje naar zich toe. Hij zet daar nu, met wat moeite, een derde raamdeel bovenop. Dan kijkt hij Paula aan en tilt het bouwwerk een beetje op. Hij maakt op eigen initiatief contact. Ook maakt hij uit zichzelf onderscheid tussen de ‘gewone’ Duplo-blokken en de raamdelen. Dat sorteren gaat verder: een gewoon Duploblok zet hij op zijn eigen toren, en een raamdeel voegt hij toe aan de toren van Paula. Beide torens worden steeds hoger.

Het filmpje laat ons zien dat het spontane spel van Nour hem stimuleert tot tal van wiskundige denkactiviteiten. En ook wordt duidelijk op welke momenten het natuurlijk zou zijn voor Paula om daar taal aan te verbinden. Juist op die momenten dat Nour zelf oogcontact maakt met Paula en met zijn blik haar aandacht vraagt voor zijn spel.