Leren van het verleden

Het afgelopen jaar deden we nader onderzoek naar de herkomst van deze visies. Visies op reken- wiskundeonderwijs zijn vooral een product van de maatschappelijke context waarin ze ontstaan zijn. Dat maakt de vraag op naar de relatie tussen de maatschappelijke context en de invulling van het reken-wiskundeonderwijs relevant. Het realistisch reken-wiskundeonderwijs ontstond bijvoorbeeld in reactie op een mogelijke wetenschappelijke voorsprong van de Sovjet-Unie in de jaren 50 van de vorige eeuw. Men redeneerde dat het leren betekenisvol moest zijn, terwijl dat niet het reken- wiskundeonderwijs van die tijd kenmerkte.

Nu, ruim vijftig jaar later, leven we in een andere tijd. Tegenwoordig nemen apparaten veel van het reken-wiskundige werk over. Dat betekent dat het reken-wiskundeonderwijs vraagt om onderzoekend leren en creativiteit. Want waar apparaten goed zijn in standaard rekenwerk, is het aan mensen en kinderen om na te denken over wat deze apparaten doen. Men zou daarom verwachten dat het huidige reken-wiskundeonderwijs een sterker beroep doet op de creativiteit van kinderen, dan het reken-wiskundeonderwijs van enkele jaren geleden. Echter de ervaring leert dat dat in het algemeen niet het geval is, omdat ook andere zaken bepalend zijn voor de inrichting van het reken- wiskundeonderwijs.

Het artikel ‘Ruim vijftig jaar ontwikkeling reken-wiskundeonderwijs’ (Keijzer en Oonk, 2020) beschrijft hoe het reken-wiskundeonderwijs zich de afgelopen halve eeuw ontwikkelde en geeft ook verklaringen voor de discrepantie tussen kenmerken van de 21e eeuwse maatschappij en de inrichting van het reken-wiskundeonderwijs.

Keijzer, R. & Oonk, W. (2020). Ruim 50 jaar ontwikkeling reken-wiskundeonderwijs. Volgens Bartjens – ontwikkeling en onderzoek, 39(3), 47-65